
Elke dag draag ik Rood
Drie jaar lang heb ik gebeden tussen de taxussen. Het hoofd laag.
Het zwart en donker als het stille wachten.
Elke dag nu, sinds de zitting draag ik rood.
Ik draag rood en ik dans.
Behoedzaam, onder de boom van levenskracht. De Kerselaar die zich hult in vers klimop.
Ik beweeg in rood.
Als een herinnering aan wat stroomt uit haar.
Als een uitnodiging -een heruitnodiging- aan haar, de rode Vrouwe.
Ik dans onder de kersenboom.
Elke dag.
Met de Voormoeders schouwend, gehuld in zwart en lang. Met hun herinnering aan stilte en wachten. Aan rouw. Het donker van de nacht.
In groeiend voorzichtig vertrouwen dat veilig bewegen in het Rode van Haar ooit opnieuw mogelijk zal zijn.
Elke dag draag ik rood.
Als een herinnering.
En een uitnodiging.
Laat ons opstaan.
Welkom Rood.
