
Alleenheid
Ja, hier ligt hij dan” zegt ze.
Haar stem klinkt gesmoord. “Hij is een week geleden gestorven”.
Ze praat een andere taal, en ik de mijne. We verstaan elkaar.
Ze is wat ouder, en we zitten op het Zuidpunt van moeder Aarde.
Voor zich uit heeft ze zichzelf opgesteld. En een paar verwanten.
Mooie Afrikaanse poppetjes representeren hen.
Zij, en een paar verwanten.
Iedereen staart naar een lege plek.
Mijn hand heeft net niet-wetend een figuurtje gegrepen en in het midden van het veld gelegd.
Iedereen in het veld staart. Ik staar mee.
Enkele decennia geleden heeft een grote liefde het contact stopgezet. Om haar jaren later, twee maanden terug, opnieuw op te bellen. Ze is overzees gereisd, zoals dat hier heet. Helemaal naar de andere kant van de wereld. En ze heeft voor hem gezorgd, enkele maanden lang. En toen ging hij.
Ze staart naar hem, en naar haar eenzame plek. Ze heeft het over rouw en maakt deze zichtbaar in het veld.
Eenzaamheid.
Ik zie hem staan, in de kamer. Hij is nog maar pas gestorven. Hij is nog bij haar.
Ik maak hem duidelijk dat ik hem zie.
Ik probeer iets. Misschien kan ze hem zeggen dat hij over mag gaan, binnenkort?
Hij schudt zijn hoofd.
Ze spreekt de woorden. En ze schudt haar hoofd.
De opstelling loopt verder.
Een Voorouder mag plaatsnemen achter haar.
De Voorouder kent dit verdriet. Er verschuift veel.
Ze ervaart steun.
Hij knikt. Zij knikt.
Zij spreekt de woorden: “Ik ben gesteund. Je mag overgaan, ik wens je een goeie reis”.
Hij knikt. Zij knikt.
Vannacht was hij hier, in mijn kamer. Hij zegt dat hij er klaar voor is.
Vandaag is zijn uitvaart.
Nederig voel ik me, en dankbaar, voor zoveel dat raakt.