
Levenskracht met Doornen
Vermoeidheid. Anderhalf decennium, maar mogelijk al levenslang.
Ze ademt langzaam uit. Ik voel haar diepte, en haar kracht.
Een opstelling rond ziekte.
"Wat is jouw intentie", vraag ik haar.
"De steun van de mannelijke kracht in mijn systeem", zegt ze.
Er volgt een verhaal met twijfels en onzekerheden.
"Volle levensenergie."
Daar gaan we voor.
Een representant voor haar, één voor de symptomen en eentje voor wat de ziekte wil zeggen.
Zoals dat vaker gebeurt bij opstellingen rond ziekte lijkt het veld bevroren.
De enige die nog diep vanbinnen nog wat leven vasthoudt is de representant voor wat de ziekte wil zeggen.
Zij verblijft in pijn, eenzaamheid en verlatenheid. Een erg jong kind.
De enige aandacht in het hele veld gaat naar haar.
Wat wil de ziekte zeggen?
Heel wat minuten later vind ik mezelf drummend.
Er staat een vader, er staat De Moeder. Er is afwijzing, er is niet weten.
Ik neem waar.
Ik drum. Iets herschikt zich, iets krijgt orde.
Het veld ontrolt verder.
Een geheim ontbloot zich, met een nieuwe representant. Althans voor mij.
Ik zie hoe het leven terugkeert bij wat de ziekte wil zeggen, bij de pijn, bij het jonge kind. Meerdere elementen komen tot leven.
Iedereen, behalve vader. Hij stuikt in elkaar.
De Moeder waakt.
"Dat ze het niet zal zeggen", dat spreekt De Moeder uit over het hele veld.
We erkennen.
Dat.
En de ordes. De banden. We buigen. We voegen kracht toe.
Een vloek wordt ontrafeld. De Moeder zijn vele moeders hier.
Vader als vader erkennen maakt dat hij kracht terugwint.
En daar de ene man.
Verward. "Wat doe ik hier?"
Ik drum opnieuw. In Het Andere Wereldlijke tonen zich archetypische beelden. Het veld wordt bezaaid met de bloem van Gaspeldoorn, de plant van de Vrouwelijke Seksualiteit.
De Slang. Ik zie De Slang bewegen, gericht, als een wurgend gegeven omstrengelt ze Het Mannelijke.
Een representant van de pijn als ziekte spreekt, hoe ze het leven voelt stromen en hoe ze kronkelend doorheen het veld wil bewegen.
Haar weg banend voegt ze leven toe aan al wat hier opgesteld is.
De slang, verleidelijk. En vol van levensvuur.
En De Moeder komt naar voren, ze komt naar voren en ze neemt haar plaats. Ze benoemt hem, ze erkent hem. Ze spreekt hem aan. Ze herstelt de orde.
Het Mannelijke spreekt ook: "Ik wist het niet".
Het Veld ademt. Het leven stroomt.
De ziekte die pijn was, de eenzaamheid en verlatenheid, de uitsluiting in het geheim heeft zich getransformeerd.
Tot levenskracht, levenskracht met doornen en gevaren, maar wel levenskracht.
Erkennen van wat is. Van het offer. Van het leven.
"Danku voor het Leven". Ze buigt naar hem. De krachten verenigen zich.
Een dubbel Voorouderveld.
Dat het leven stromen mag.
Jasmine
